HomeOnze schoolWelbevindenTevredenheidsonderzoek leerlingen

Tevredenheidsonderzoek leerlingen

Tevredenheidsonderzoek leerlingen - maart 2010 (4de tot 6de lj.)

Op maandag 1 maart 2010 namen we een tevredenheidsonderzoek af bij de leerlingen van het 4de, 5de en 6de leerjaar. Dit onderzoek kwam er onder impuls van de leerlingenraad. Aanvankelijk gingen zij naarstig aan het werk om gepaste vraagjes op te stellen, maar al snel bleek dat echt niet zo makkelijk en gingen we met onze vraagstelling veel te ver en verzeilden we te erg in details.

Na even surfen op het net kwamen terecht op de blog van inspecteurs Ludo De Lee & Ilse De Volder. Zij hadden net een vragenlijst opgesteld en een verwerkingstool ontwikkeld die deel uit maakten van hun masterproef voor de opleiding Opleidings- en Onderwijswetenschappen aan de Universiteit van Antwerpen: ‘Welbevinden Leerlingen Bovenbouw Basisonderwijs’.

“Aanvankelijk ontwikkelden we een vragenlijst voor de onderwijsinspectie waarmee de inspecteurs tijdens schooldoorlichtingen kunnen peilen naar het welbevinden van leerlingen in het basisonderwijs als onderdeel van de output van een school,” aldus de inspecteurs. “Heel wat directeurs, leerkrachten, zorgcoördinatoren, enz. vroegen ons of deze vragenlijst ook voor hen beschikbaar was. Deze vraag hebben we beantwoord door de vragenlijst aan te passen voor scholen en te herwerken tot een zelfevaluatie-instrument dat u op korte tijd (max. 30 minuten om een volledige klas te bevragen) een beeld geeft van het welbevinden van uw leerlingen.”

Wij danken de inspecteurs De Lee en De Volder omdat wij mochten gebruik maken van hun vragenlijst, en de leerlingen van de leerlingenraad die de impuls gaven om te komen tot deze bevraging.

 

Tevredenheidsonderzoek leerlingen - interpretatie

Interpretatie van de naakte cijfers

  1. De eerste 4 vraagjes gaan vooral over de ‘tevredenheid’ van de kinderen in het algemeen.
  1. Ik kom graag naar school. In totaal komt 82,53% van onze kinderen graag tot zeer graag naar school. Een eerder positief resultaat, maar dit wil zeggen dat er toch nog een aantal kinderen meestal niet (14,3%) of nooit (3%) graag naar school komen.
  2. Ik zit graag in de klas. 74% van onze kinderen zegt meestal wel of altijd graag in de klas te zitten. 26% zit meestal niet (20,6%) of nooit (5,5%) graag in de klas! Dat wil toch zeggen dat ¼ van onze kinderen zich niet ‘zo goed in hun vel voelen’ in de klassituatie.
  3. Ik vind het leuk om op school te blijven eten. Wonderwel blijkt 63% van onze kinderen het best leuk om op school te blijven eten. Dat ondanks de erg grote groep ‘etenblijvers’ en de dan ook erg gestructureerde aanpak van het toezicht.
  4. Ik vind alles wat ik op school leer boeiend en interessant. Meer dan 1 op 5 leerlingen (20%) vindt de leerstof blijkbaar niet altijd zo interessant. 1 op 3 leerlingen (34%) kan zich wel vinden in de leerstof. Slechts 1 op 10 (11%) vindt het altijd wel boeiend.

We kunnen dus besluiten dat we met ‘tevreden’ kinderen op onze school zitten die graag naar school komen, maar dat de juffen en meesters zeker nog een inspanning moeten doen om de lessen ‘boeiend’ te houden.

  1. In vraagjes 5 t.e.m. 8 spreken de kinderen zich uit over hun ‘betrokkenheid’ in de klassituatie.
  1. Ik let goed op tijdens de lessen. De leerlingen vinden van zichzelf dat ze erg goed opletten tijdens de lessen. Maar liefst 90,5% vindt dat ze meestal wel (69%) of altijd (21,5%) goed opletten.
  2. Ik babbel tijdens de lessen. 64% van de leerlingen vinden van zichzelf dat ze nooit (14%) of meestal niet (50%) babbelen. Maar liefst 36% geeft echter toe zich wel eens te laten verleiden tot babbelen.
  3. Ik zit in de les te dromen. 85% geeft hier een positief antwoord (nooit of meestal niet). Slechts een dikke 14% geeft toe wel eens weg te dromen. Het grootste percentage dromers zit blijkbaar in het 5de leerjaar. Het minst (slechts één) in het zesde leerjaar?!
  4. Er zijn duidelijke regels, zodat ik weet wat mag of niet mag. Hier spreken de leerlingen zich met een duidelijke 96% uit dat ze ‘meestal wel’ (34%) of ‘altijd’ (62%) weten waar ze zich aan moeten houden.

De kinderen in onze school blijken erg‘betrokken’ te zijn in de lessen. Ze vinden van zichzelf dat ze erg goed opletten, niet dromen en weinig babbelen. Regels en afspraken vormen duidelijk geen probleem.

  1. In vraagjes 9 t.e.m. 14 ging het over het ‘academisch zelfconcept’. Hoe vinden de leerlingen van zichzelf dat ze ‘mee kunnen’ in de klas.
  1. Ik kan de lessen goed volgen. 87,3% van de kinderen vinden dat ze de lessen goed kunnen volgen. Knap!
  2. Mijn klasgenoten behalen betere punten dan ik. Hier moeten we uitgaan van de gemiddelde leerling. De helft van de leerlingen zou moeten vinden dat er ‘anderen’ zijn die betere punten behalen dan henzelf, en de helft van de leerlingen zou moeten vinden dat er ‘anderen’ zijn die minder punten halen dan henzelf. Dat klopt ook ongeveer met de antwoorden van de leerlingen (58,7% niet en 41,3% wel).
  3. Als ik een toets moet maken, dan heb ik het gevoel dat ik het wel kan. Meer dan 84% van de leerlingen heeft hier een positief gevoel bij.
  4. Ik werk trager dan de anderen van mijn klas. 73% van de leerlingen vindt dat ze niet trager werken dan hun klasgenoten.
  5. Ik denk dat ik goed kan leren. 92% van de kinderen vindt dat ze goed kunnen leren… Wat ‘leren leren’ betreft zijn ze dus blijkbaar wel erg zelfzeker!
  6. Het huiswerk vind ik gemakkelijk. 76% van de kinderen van 4 tot 6 vindt de huistaken best wel makkelijk. 24% zegt het echter niet zo makkelijk te hebben hiermee.

Een erg groot percentage van de leerlingen van onze school vindt dat ze de lessen goed kunnen volgen en weinig problemen hebben met ‘leren’, het maken van toetsen en huistaken. Toch vindt bijna ¼ van de kinderen de huistaken wel eens te moeilijk. ‘Differentiatie’ (= ieder een huistaak volgens zijn/haar niveau) is misschien een mogelijke denkpiste.

  1. De vierde reeks vraagjes (15 – 20) ging over ‘sociale relaties’.
  1. Ik speel graag op de speelplaats. Positief is hier dat maar liefst 90,5 % van de kinderen meestal wel (24,6%) of altijd (65,9%) graag speelt op de speelplaats.
  2. Ik voel me alleen op school. Ook hier scoren we met bijna 90% positieve resultaten. Toch niet uit het oog verliezen dat in concrete getallen er zich ook 4 kinderen blijkbaar ‘altijd’ alleen voelen op de speelplaats!?
  3. Ik word gepest op school. 90% zegt nooit (47,6%) of meestal niet (42%) gepest te worden. Toch ook hier oppassen voor de ‘2’ kinderen die aangeven dat ze ‘altijd’ gepest worden!
  4. Ik heb veel vrienden op school. 88% geeft aan veel vrienden te hebben op school. Ook weer ‘2’ kinderen geven aan ‘nooit’ vrienden te hebben.
  5. De kinderen maken ruzie op de speelplaats. In totaal geeft maar liefst 56,3% van de leerlingen aan dat er vaak ruzie wordt gemaakt op de speelplaats.
  6. Op onze school worden kinderen gepest of uitgelachen. Hier krijgen we bijna hetzelfde resultaat. Maar liefst 52% negatieve stemmers!

De kinderen spelen graag op onze speelplaats, hebben veel vrienden en zeggen nooit gepest te worden. We hebben op onze school dan ook al heel wat werk verricht om preventief op te treden tegen pestgedrag. Toch moeten we attent blijven, zeker als we lezen dat meer dan de helft van de kinderen signaleert dat er regelmatig ruzie gemaakt wordt op de speelplaats!

  1. In de laatste reeks vraagjes mochten de leerlingen zich uitspreken over het ‘pedagogisch klimaat’ (hoe vinden kinderen dat leerkrachten met hen omgaan en met hen rekening houden) op onze school.
  1. De leerkrachten zeggen me wanneer ik mijn best doe. 74% van de leerlingen vinden dat ze vaak tot altijd die bevestiging krijgen van hun leerkracht. Iets meer dan 25% had toch liever nog iets vaker zo’n positieve bevestiging.
  2. De leerkrachten letten erop dat de kinderen zich aan de regels houden. Maar liefst 94,4% van de kinderen vindt dat wij als leerkrachten hier ‘meestal wel’ of ‘altijd’ consequent mee omgaan.
  3. De leerkrachten geven op een goede en leuke manier les. 85% van de kinderen geeft aan dat hun leerkracht dat doet. Niemand gaf aan dat dat ‘nooit’ gebeurt.
  4. De leerkrachten zijn vriendelijk tegen de leerlingen. De kinderen vinden dat wij als leerkracht vriendelijk omgaan met de leerlingen (91,3%).
  5. De leerkrachten luisteren naar de leerlingen als er iets gebeurd is. Met 85,7% krijgen de leerkrachten een positieve score hierover. Slechts één leerling vindt dat de leerkrachten geen gehoor geven.
  6. De leerkrachten vragen naar de mening van de kinderen. Hier vinden de leerlingen dat ze toch nog iets beter aan bod mogen komen. Slechts 62,6% van de leerlingen vindt dat ze hun mening kwijt kunnen.
  7. De leerkrachten houden rekening met de ideeën van de kinderen. Ook hier scoren de leerkrachten met 68,25% niet zo hoog. Bijna 1/3 van de kinderen vindt dat hun ideeën niet altijd gehoord worden.
  8. De kinderen mogen tegen de leerkrachten hun eigen mening zeggen. Idem dito voor deze vraag. Slechts 64,3% vindt dat ze hun eigen mening mogen zeggen.

De leerlingen vinden dat de leerkrachten op een leuke manier les geven, erg vriendelijk zijn tegen de leerlingen, goed luisteren naar de leerlingen als er iets gebeurd is en er goed opletten dat de leerlingen zich aan de regels houden. Wel vinden de leerlingen dat ze niet altijd even goed hun ideeën en meningen kwijt kunnen in de klas. Dit kan misschien een werkpuntje worden voor de juffen en meesters.